Strafrecht overig

Diefstal door scheermesjes weg te nemen uit winkel, art. 310 Sr. Dubbel verstek. Hof heeft verdachte…

Zaakgegevens

Op 8 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 januari 2019
Datum publicatie
8 januari 2019
Zaaknummer
17/02357
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:20
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal door scheermesjes weg te nemen uit winkel, art. 310 Sr. Dubbel verstek. Hof heeft verdachte (Roemeense nationaliteit) n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Is inleidende dagvaarding zowel in Nederlandse taal als ex art. 260.5 Sv in Roemeense taal i.p. aan verdachte uitgereikt? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:1182
  2. Conclusie A-G · 13 november 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1261
  3. Hoge Raad · 8 januari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:20

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

8 januari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02357

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.