Strafrecht overig

Medeplegen mensenhandel, art. 273f.1 sub 4 en 9 Sr, afpersing art. 317.1 Sr en diefstal d.m.v. valse…

Zaakgegevens

Op 23 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 april 2019
Datum publicatie
23 april 2019
Zaaknummer
18/01104
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:662
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen mensenhandel, art. 273f.1 sub 4 en 9 Sr, afpersing art. 317.1 Sr en diefstal d.m.v. valse sleutels, art. 310 jo. 311 Sr. Middelen over 1. uitbuiting en 2. misbruik kwetsbare positie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/03894 en 18/01104.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 maart 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:218
  2. Hoge Raad · 23 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:662

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 april 2019

Strafkamer

nr. S 18/01104

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juli 2017, nummer 23/000037-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en \A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.