Strafrecht overig
Drentse roofmoorden. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij moord op…
ECLI:NL:HR:2019:720 · Hoge Raad · 14 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-720
Zaakgegevens
Op 14 mei 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 mei 2019
- Datum publicatie
- 14 mei 2019
- Zaaknummer
- 18/01539
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:720
Samenvatting
Drentse roofmoorden. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij moord op A die in natuurgebied Dwingelderveld is doodgeschoten (feit 1) en moord op echtpaar uit Exloo dat d.m.v. wurging om het leven is gebracht (feiten 2 en 3).
Middelen verdachte over 1. verenigbaarheid levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM en 2. uos m.b.t. strafmotivering.
Middelen b.p. m.b.t. feit 1 over n-o verklaring door Hof in vordering v.zv. vordering betrekking heeft op reiskosten van moeder b.p.
Middelen b.p.’s m.b.t. feit 2 over n-o verklaring door het Hof in vordering m.b.t. immateriële schade (affectieschade).
HR: art. 81.1. RO. Samenhang met 18/01528.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 24 november 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:5389Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 maart 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:2456(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2019
ECLI:NL:PHR:2019:255Hoge Raad · 14 mei 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:720
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01539
Datum 14 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 15 maart 2018, nummer 21/007057-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 3] heeft C. Bijl, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.