Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in heroïne. 1. Heeft Hof met vereiste mate van nauwkeurigheid b.m…
ECLI:NL:HR:2019:839 · Hoge Raad · 4 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-839
Zaakgegevens
Op 4 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Datum publicatie
- 3 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/00240
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:839
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in heroïne. 1. Heeft Hof met vereiste mate van nauwkeurigheid b.m. aangeduid waaraan het schatting van voordeel heeft ontleend? 2. Is oordeel Hof dat betrokkene partij van 50 kilogram onversneden heroïne heeft verkocht voor € 11.500,- per kilogram en die hoeveelheid heeft aangeschaft voor € 7.500,- per kilogram, toereikend gemotiveerd in het licht van verweer raadsman? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2010:BN0036 (strafzaak). Samenhang met 18/00238 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o) en 18/00239 P (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 31 oktober 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:5686Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:589Hoge Raad · 4 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:839
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00240
Datum 4 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2017, nummer 23/005104-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de betrokkene.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.