Strafrecht overig
Belastingfraude en valsheid in geschrift met valse vluchtfacturen en een Luxemburgse bankrekening. Vervolg op…
ECLI:NL:HR:2019:99 · Hoge Raad · 29 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-99
Zaakgegevens
Op 29 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Datum publicatie
- 24 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/02478
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:99
Samenvatting
Belastingfraude en valsheid in geschrift met valse vluchtfacturen en een Luxemburgse bankrekening. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BX6917 (bezwaarschriftprocedure). Middelen o.a. over de intrekking van een dagvaarding na gegrondverklaard bezwaarschrift en opgewekt vertrouwen dat niet verder zal worden vervolgd door afspraak transactie met OM en uitleg transactie. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1355Hoge Raad · 29 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:99
Uitspraak
Inhoudsopgave
29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02478
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 mei 2017, nummer 21/005163-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (voormalig Nederlands Nieuw-Guinea) op [geboortedatum] 1952.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.