Strafrecht overig

Witwassen door geldbedragen om te zetten (meermalen gepleegd), art. 420bis.1.b Sr. Zijn geldbedragen van enig…

Zaakgegevens

Op 10 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 november 2020
Datum publicatie
10 november 2020
Zaaknummer
19/01902
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1761
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Witwassen door geldbedragen om te zetten (meermalen gepleegd), art. 420bis.1.b Sr. Zijn geldbedragen van enig misdrijf afkomstig? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01749, 19/01755 P en 19/02025.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1055
  2. Hoge Raad · 10 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1761

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01902

Datum 10 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 april 2019, nummer 21/003666-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2020.