Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op bankrekeningen en een auto onder klager (in zijn hoedanigheid als de…
ECLI:NL:HR:2020:324 · Hoge Raad · 3 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-324
Zaakgegevens
Op 3 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2020
- Datum publicatie
- 24 februari 2020
- Zaaknummer
- 19/01051
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:324
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op bankrekeningen en een auto onder klager (in zijn hoedanigheid als de centrale persoon binnen de beslagen rechtspersonen) t.z.v. verdenking van betrokkenheid bij belastingfraude, verduistering, valsheid in geschrift en opzettelijk witwassen. Middelen o.m. over de door Rb gehanteerde maatstaf bij afwijzen beklag over inbeslagneming van tegoeden op bankrekeningen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03163 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:11Hoge Raad · 3 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:324
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01051 B
Datum 3 maart 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 9 januari 2019, nummers RK 18/720; RK 18/856a; RK 18/856b en RK 18/902, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager 1] namens [klaagster 2] EN [klaagster 3],
gevestigd te [plaats],
[klager 1] namens [klaagster 4],
gevestigd te [plaats],
[klaagster 4],
gevestigd te [plaats],
[klager 1] namens [klaagster 4],
gevestigd te [plaats],
hierna: de klagers.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.