Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.3 (oud) Sr na veroordeling t.z.v…
ECLI:NL:HR:2020:362 · Hoge Raad · 3 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-362
Zaakgegevens
Op 3 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2020
- Datum publicatie
- 27 februari 2020
- Zaaknummer
- 18/05528
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:362
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.3 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. medeplegen van verkopen van grote hoeveelheid hennep in uitoefening van bedrijf, deelneming aan criminele organisatie, gewoontewitwassen en voorhanden hebben van busje traangas. Methode van uitgebreide kasopstelling. 1. Beroep op EHRM-arrest Geerings/Nederland . 2. Verweer dat in hoofdzaak bewezenverklaard witwassen geen w.v.v. oplevert. 3. Schenking i.v.m. geboorte van kind. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05494 P en 18/05480 P.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 14 december 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:5140Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1200Hoge Raad · 3 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:362
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05528 P
Datum 3 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 14 december 2018, nummer 23/001585-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.