Strafrecht overig

Mishandeling door tijdens ijshockeywedstrijd speler van tegenpartij vast te pakken en met kracht naar grond…

Hoge Raad, 24 maart 2020

Zaakgegevens

Op 24 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 maart 2020
Datum publicatie
23 maart 2020
Zaaknummer
19/00968
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:494
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling door tijdens ijshockeywedstrijd speler van tegenpartij vast te pakken en met kracht naar grond te trekken, art. 300 Sr. 1. Mishandeling in sport- of spelsituatie. Heeft hof toereikend gemotiveerd dat handelwijze van verdachte “buiten grenzen van sport- en spelsituatie was gelegen” en derhalve wederrechtelijk was? 2. Bewijsklacht opzet. 3. Causaal verband tussen gedraging en letsel. 4. Toewijzing vordering b.p. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 februari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:86
  2. Hoge Raad · 24 maart 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:494

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00968

Datum 24 maart 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2019, nummer 20-000293-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Speksnijder, advocaat te Akkrum, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020.