Strafrecht overig

Witwassen geldbedrag (€ 194.140), art. 420bis.1.b Sr. Vordering tot herroeping VI a.b.i. art. 15i (oud) Sr…

Zaakgegevens

Op 2 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juni 2020
Datum publicatie
28 mei 2020
Zaaknummer
19/01250
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:982
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Witwassen geldbedrag (€ 194.140), art. 420bis.1.b Sr. Vordering tot herroeping VI a.b.i. art. 15i (oud) Sr t.z.v. verdachte die o.g.v. Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende straffen en voorwaardelijke sancties naar Nederland is overgebracht om zijn in Verenigd Koninkrijk opgelegde gevangenisstraf uit te zitten. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 1 maart 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:1482
  2. Hoge Raad · 2 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:982

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01250

Datum 2 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2019, nummer 23/001219-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.