Strafrecht overig

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Turkije t.z.v. betrokkenheid bij de invoer van ecstasypillen…

Zaakgegevens

Op 29 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 juni 2021
Datum publicatie
25 juni 2021
Zaaknummer
21/00042
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1027
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Turkije t.z.v. betrokkenheid bij de invoer van ecstasypillen vanuit Nederland naar Turkije. De Rb heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard met het oog op strafvervolging t.z.v. het strafbare feit als omschreven in het verzoek tot uitlevering alsmede in de vordering . Dit feit – zo begrijpt de HR – is omschreven in het “uittreksel uitleveringsverzoek (verdachte)” van de voorzitter van de “3e meervoudige kamer in zware strafzaken Kocaeli”, welk stuk is gevoegd bij het verzoek tot uitlevering van “the Embassy of the Republic of Turkey”. Middel over verwerping van het beroep op een dreigende inbreuk op art. 3 EVRM. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:651
  2. Hoge Raad · 29 juni 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1027

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00042 U

Datum 29 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 december 2020, nummer [001], op een verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 De beschikking van de rechtbank

De rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard met het oog op strafvervolging ter zake van “het strafbare feit als omschreven in het verzoek tot uitlevering d.d. 26 februari 2020 alsmede in de vordering met Lurisnummer [001]”. Dit feit – zo begrijpt de Hoge Raad – is omschreven in het “uittreksel uitleveringsverzoek (verdachte)” van Soner Fevzi Vurur, voorzitter van de “3e meervoudige kamer in zware strafzaken Kocaeli”, van 26 februari 2020, welk stuk is gevoegd bij het verzoek tot uitlevering van 28 april 2020 van “the Embassy of the Republic of Turkey”.

2 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2021.