Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op geld dat in woning van vader van klager is aangetroffen maar onder een ander…

Hoge Raad, 5 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 oktober 2021
Datum publicatie
30 september 2021
Zaaknummer
19/04788
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1410
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op geld dat in woning van vader van klager is aangetroffen maar onder een ander in beslag is genomen t.z.v. verdenking van overtreding van de Opiumwet. Middel over in zo’n geval toe te passen maatstaf. HR: art. 81.1. RO. Samenhang met 19/04789.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 juli 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:686
  2. Hoge Raad · 5 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1410

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04788 B

Datum 5 oktober 2021

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 september 2019, nummer RK 18/2189, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot het nietontvankelijk verklaren van de klager in zijn beroep en bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.