Strafrecht overig
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en poging tot moord (art. 289 Sr), verkrachting (art. 242 Sr), feitelijke…
Hoge Raad, 12 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1071 · Hoge Raad · 12 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1071
Zaakgegevens
Op 12 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2022
- Datum publicatie
- 8 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/01445
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1071
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en poging tot moord (art. 289 Sr), verkrachting (art. 242 Sr), feitelijke aanranding van eerbaarheid (art. 246 Sr) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) door in 2017 in Steenbergen zijn ex-vriendin buiten op straat met mes in haar hals te steken en in zijn woning haar keel dicht te knijpen, in zijn woning seksuele handelingen bij haar te verrichten en haar in die woning vast te houden, en voorhanden hebben van wapen (art. 13.1 WWM). 1. Bewijsklacht poging tot moord. Kan voorbedachte raad uit bewijsmiddelen worden afgeleid? 2. Voortgezette handeling of meerdaadse samenloop, art. 56.1 en 57 Sr? Belang bij cassatie?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 24 september 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:4643Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 maart 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:949(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juni 2022
ECLI:NL:PHR:2022:702Hoge Raad · 12 juli 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1071
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01445
Datum 12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2021, nummer 20-003113-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.