Strafrecht overig

Medeplegen poging doodslag, (art. 287 Sr), medeplegen poging zware mishandeling, (art. 302.1 Sr) en…

Hoge Raad, 15 februari 2022

Zaakgegevens

Op 15 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 februari 2022
Datum publicatie
14 februari 2022
Zaaknummer
21/01434
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:196
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen poging doodslag, (art. 287 Sr), medeplegen poging zware mishandeling, (art. 302.1 Sr) en medeplegen beschadigen politiemotor, geluidsscherm en wegdek, (art. 350.1 Sr) door vanuit een rijdende auto een kluis op de openbare weg te gooien. 1. Medeplegen. 2. Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met HR:2020:1230, HR:2020:1239, HR:2020:1233 en HR:2020:1232.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 30 maart 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:902
  2. Conclusie A-G · 21 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1164
  3. Hoge Raad · 15 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:196

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01434

Datum 15 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2021, nummer 23-000567-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2022.