Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/00996, 19/01006 en 19/01116.

Hoge Raad, 7 juli 2020

Zaakgegevens

Op 7 juli 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2020
Datum publicatie
6 juli 2020
Zaaknummer
19/01134
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1232
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/00996, 19/01006 en 19/01116.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 februari 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3000
  2. Conclusie A-G · 2 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:682
  3. Hoge Raad · 7 juli 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1232

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01134

Datum 7 juli 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2019, nummer 23/000566-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.