Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag van een stichting waarvan klager enige bestuurder is t.z.v…

Hoge Raad, 15 maart 2022

Zaakgegevens

Op 15 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 maart 2022
Datum publicatie
15 maart 2022
Zaaknummer
20/02120
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:369
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag van een stichting waarvan klager enige bestuurder is t.z.v. verdenking van overtreding van Opiumwet. Is klager als enige bestuurder stichting rechthebbende van geld dat aan stichting toebehoort? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2020:444.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 januari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:53
  2. Hoge Raad · 15 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:369

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02120 B

Datum 15 maart 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 7 juli 2020, nummer RK 18/1261, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2022.