Strafrecht overig
Beklag ex art. 552b Sv, beslag ex art. 94 Sv op auto van klaagster (leasemaatschappij) met Ests kenteken…
ECLI:NL:HR:2022:453 · Hoge Raad · 19 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-453
Zaakgegevens
Op 19 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 24 maart 2022
- Zaaknummer
- 21/01918
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:453
Samenvatting
Beklag ex art. 552b Sv, beslag ex art. 94 Sv op auto van klaagster (leasemaatschappij) met Ests kenteken onder een ander dan klaagster t.z.v. verdenking van Opiumwetdelict. Bij veroordeling beslagene is auto verbeurd verklaard, waarna Rb beklag strekkende tot herroeping van verbeurdverklaring ongegrond heeft verklaard. 1. Begrijpelijkheid oordeel Rb dat klaagster door overlegging van een in de Estse taal gesteld tenaamstellingsbewijs en een vanuit het Ests door raadsman via Google translate in het Nederlands vertaalde leaseovereenkomst onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat auto haar eigendom is. 2. Begrijpelijkheid afwijzing aanhoudingsverzoek teneinde genoemde stukken alsnog door een beëdigd vertaler te laten vertalen.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:198Hoge Raad · 19 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:453
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01918 B
Datum 19 april 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 februari 2021, nummer RK 20/1967, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft A.W.J. van Galen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.