Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende goederen onder klagers i.h.k.v. strafrechtelijk…
Hoge Raad, 19 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:455 · Hoge Raad · 19 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-455
Zaakgegevens
Op 19 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 24 maart 2022
- Zaaknummer
- 21/02274
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:455
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende goederen onder klagers i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen één van klagers t.z.v. verdenking van witwassen, waarna Rb t.a.v. 2 panden opheffing beslag heeft gelast. Motiveringsklacht m.b.t. oordeel Rb dat voortduring beslag op een deel van de panden in strijd is met proportionaliteit en subsidiariteit.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:205Hoge Raad · 19 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:455
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02274 B
Datum 19 april 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 17 februari 2021, nummers RK 20/295 en RK 20/297, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
en
[klager 2],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klagers.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de klagers, F.J.H.M. Berndsen, advocaat te Breda, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.