Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr, te weten hennepteelt voorafgaand…

Zaakgegevens

Op 14 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 juni 2022
Datum publicatie
13 mei 2022
Zaaknummer
20/02159
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:698
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr, te weten hennepteelt voorafgaand aan de in de strafzaak bewezen verklaarde datum. Verklaring anonieme getuige voor bewijs gebruikt. 1. Schatting omvang w.v.v. berust op onwettig bewijsmiddel. 2. Verklaring anonieme getuige niet als b.m. opgenomen in aanvulling op verkorte uitspraak.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02160, 21/02169 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o) en 21/02170 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:363
  2. Hoge Raad · 14 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:698

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02159 P

Datum 14 juni 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2020, nummer 23-004391-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.