Strafrecht overig

Beklag,. beslag ex art. 94 Sv op auto onder moeder van klager t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs…

Zaakgegevens

Op 21 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 juni 2022
Datum publicatie
17 juni 2022
Zaaknummer
21/03654
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:897
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag,. beslag ex art. 94 Sv op auto onder moeder van klager t.z.v. verdenking van rijden zonder rijbewijs. Schriftelijke uitwisseling van standpunten i.v.m. COVID-19 (corona), gevolgd door openbare raadkamerbehandeling, waarop klager en zijn raadsman niet zijn verschenen. 1. Heeft behandeling van klaagschrift in het openbaar plaatsgevonden? 2. Heeft Rb ten onrechte geoordeeld dat klager en zijn raadsman behoorlijk zijn opgeroepen voor raadkamerbehandeling?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 mei 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:408
  2. Hoge Raad · 21 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:897

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03654 B

Datum 21 juni 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 9 augustus 2021, nummer RK 21/8617, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft C.H.W. Janssen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.