Strafrecht overig
Medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen (poging tot) afpersing, meermalen…
ECLI:NL:HR:2022:928 · Hoge Raad · 21 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-928
Zaakgegevens
Op 21 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2022
- Datum publicatie
- 22 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/01480
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:928
Samenvatting
Medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen (poging tot) afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr). Motivering vrijheidsbeperkende maatregel (contact- en locatieverboden), art. 38v Sr. 1. Heeft hof deze vrijheidsbenemende maatregel ten onrechte opgelegd? 2. Heeft hof de oplegging van deze maatregel toereikend gemotiveerd?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 maart 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:2656Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 mei 2022
ECLI:NL:PHR:2022:416Hoge Raad · 21 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:928
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01480
Datum 21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 maart 2021, nummer 21-004253-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Broere, advocaat te Roosendaal, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.