Strafrecht overig
Als leider deelnemen aan criminele organisatie (motorclub), art. 140.4 Sr. 1. Afwijzing verzoek tot horen van…
ECLI:NL:HR:2023:1306 · Hoge Raad · 3 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1306
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2023
- Datum publicatie
- 21 september 2023
- Zaaknummer
- 22/01795
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1306
Samenvatting
Als leider deelnemen aan criminele organisatie (motorclub), art. 140.4 Sr. 1. Afwijzing verzoek tot horen van 2 getuigen en gebruik voor bewijs van PGP-berichten. 2. Afwijzing verzoek tot horen van 3 getuigen. 3. Afwijzing verzoek om processtukken. 4. Bewijsklacht geweldsoogmerk van organisatie. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat vermeende incidenten niet aan bewijs kunnen bijdragen. 5. Bewijsklacht, innerlijke tegenstrijdigheid. Is bewezenverklaring onbegrijpelijk, nu hof heeft overwogen geen gebruik te maken van “bad standing” van A, terwijl deze “bad standing” wel voor bewijs is gebruikt? 6. Bewijsklacht pleegperiode. 7. Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 jaren). Strafmaximum van art. 140.3 Sr en toepassing art. 55, 56 en 63 Sr.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/01861.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 13 november 2020
ECLI:NL:RBNNE:2020:3889Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3828Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:538Hoge Raad · 3 oktober 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1306
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01795
Datum 3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2022, nummer 21-004463-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.