Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal. Heeft hof voldoende gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd…

Zaakgegevens

Op 14 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 februari 2023
Datum publicatie
10 februari 2023
Zaaknummer
21/04562
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:229
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal. Heeft hof voldoende gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat betrokkene geen voordeel heeft genoten? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 21 oktober 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:3174
  2. Conclusie A-G · 20 december 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1203
  3. Hoge Raad · 14 februari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:229

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04562 P

Datum 14 februari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 21 oktober 2021, nummer 23-002517-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M. Kuipers, advocaat te Amsterdam–Duivendrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2023.