Strafrecht overig

Gedetineerde valt twee medewerkers penitentiaire inrichting aan. Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en…

Zaakgegevens

Op 10 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 januari 2023
Datum publicatie
11 januari 2023
Zaaknummer
22/00025
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:24
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gedetineerde valt twee medewerkers penitentiaire inrichting aan. Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Schending art. 51i Sv door afwijzing van verzoek van verdediging om deskundige te benoemen en ttz. te horen? 2. Voldoet arrest aan motiveringsverplichting van art. 359a.3 Sv, nu de inhoud van bewijsmiddelen onder meer bestaat uit een rapportage van psycholoog en twee psychiaters die niet voor het bewijs mag worden gebruikt?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 december 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:11865
  2. Conclusie A-G · 15 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1247
  3. Hoge Raad · 10 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:24

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00025

Datum 10 januari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 december 2021, nummer 21-000409-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Vitanov, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2023.