Strafrecht overig
Meermalen opmaken van valse, op naam van anderen gestelde, aangiften inkomstenbelasting en opmaken van valse…
ECLI:NL:HR:2023:272 · Hoge Raad · 21 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-272
Zaakgegevens
Op 21 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2023
- Datum publicatie
- 22 februari 2023
- Zaaknummer
- 21/02537
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:272
Samenvatting
Meermalen opmaken van valse, op naam van anderen gestelde, aangiften inkomstenbelasting en opmaken van valse brief gericht aan belastingdienst (art. 225.1 Sr). 1. Motiveringsklacht t.a.v. van ‘s hofs oordeel dat OM ontvankelijk is in vervolging. Belet vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 69.4 AWR niet alleen vervolging o.g.v. art. 225.2 Sr (gebruikmaken van vals geschrift) maar ook vervolging voor art. 225.1 Sr (opmaken van vals geschrift)? 2. Heeft hof heeft bewezenverklaring gebaseerd op bewijsmiddelen die niet overeenkomstig art. 301 Sv ttz. zijn voorgelezen en waarvan evenmin korte inhoud is medegedeeld? 3. Bewijsklachten.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 10 juni 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1703Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:40Hoge Raad · 21 februari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:272
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02537
Datum 21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juni 2021, nummer 23-002394-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2023.