Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder broer van klaagster t.z.v. verdenking van verkopen en aanwezig…
Hoge Raad, 28 maart 2023
ECLI:NL:HR:2023:487 · Hoge Raad · 28 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-487
Zaakgegevens
Op 28 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2023
- Datum publicatie
- 29 maart 2023
- Zaaknummer
- 21/05152 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:487
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder broer van klaagster t.z.v. verdenking van verkopen en aanwezig hebben van harddrugs, waarna broer (beslagene) is veroordeeld en aan hem ontnemingsmaatregel is opgelegd. 1. Bevoegdheid Rb tot kennisneming beklag, art. 552a.3 Sv. Kon Rb, in het licht van haar vaststellingen omtrent dagbepaling voor behandeling klaagschrift, oordelen dat zij bevoegd is tot kennisneming van dit klaagschrift, nu in hoofdzaak hoger beroep is ingesteld? 2. Kon Rb oordelen dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat klaagster als eigenaar van in beslag genomen auto moet worden aangemerkt?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 februari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:150Hoge Raad · 28 maart 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:487
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05152 B
Datum 28 maart 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 15 oktober 2021, nummer RK 21/1947, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft N.A. de Kock, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2023.