Strafrecht overig

Gewapende confrontatie met dodelijke afloop in Venlo. Medeplegen doodslag (287 Sr) en poging tot beïnvloeden…

Hoge Raad, 4 april 2023

Zaakgegevens

Op 4 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 april 2023
Datum publicatie
4 april 2023
Zaaknummer
21/02826
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:529
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gewapende confrontatie met dodelijke afloop in Venlo. Medeplegen doodslag (287 Sr) en poging tot beïnvloeden van getuigen (art. 285a.1 Sr). 1. Bewijsklachten medeplegen en opzet doodslag. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van medeverdachte voldoende steun in ander bewijsmateriaal doodslag? 3. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten m.b.t. poging tot beïnvloeden van getuigen. 4. Mogelijke overschrijding redelijke termijn in cassatie. 5. Vorderingen benadeelde partijen. Toewijzing vorderingen b.p.’s begrijpelijk gelet op ontbrekende verklaringen m.b.t. shockschade in dossier? 6. Schriftuur b.p. (zus van slachtoffer). Levert vordering m.b.t. studievertraging (verlies aan verdienvermogen) en kosten van aangeschafte vliegtickets (voor plaatsen van grafsteen en bezoek aan graf) een onevenredige belasting van strafgeding op? 7. Schriftuur b.p. (vader van slachtoffer). Levert vordering m.b.t. ingeschakelde privédetective en vliegtickets een onevenredige belasting van strafgeding op? 8. Schriftuur b.p. (moeder van slachtoffer). Levert vordering m.b.t. vliegtickets een onevenredige belasting van strafgeding op?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 30 december 2019

    ECLI:NL:RBLIM:2019:11664
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 juni 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2029
  3. Conclusie A-G · 14 februari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:177
  4. Hoge Raad · 4 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:529

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02826

Datum 4 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juni 2021, nummer 20-000078-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.F. Nelisse, advocaat te Schiedam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partijen heeft E.H.J.M. Dohmen, advocaat te Roermond, een verweerschrift ingediend en bij schrifturen een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partijen zijn voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van elf jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze tien jaren en acht maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.