Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van rijden met auto terwijl deze…

Zaakgegevens

Op 16 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 mei 2023
Datum publicatie
15 mei 2023
Zaaknummer
22/02866 B
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:730
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van rijden met auto terwijl deze was voorzien van valse kentekenplaten. 1. Getuigt oordeel Rb van te strenge en onjuiste rechtsopvatting omtrent ‘hoogst onwaarschijnlijk-maatstaf’? 2. Heeft Rb onderzocht of voortduren van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:327
  2. Hoge Raad · 16 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:730

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02866 B

Datum 16 mei 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juli 2022, nummer RK 22/010918, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2023.