Strafrecht overig

Medeplegen poging tot moord (art. 289 Sr) door in 2019 in Rosmalen als bijrijder op klaarlichte dag in…

Zaakgegevens

Op 13 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2023
Datum publicatie
8 juni 2023
Zaaknummer
22/01156
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:879
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging tot moord (art. 289 Sr) door in 2019 in Rosmalen als bijrijder op klaarlichte dag in woonwijk vanuit rijdende auto met vuurwapen op een ander te schieten. 1. Bewijsklachten voorbedachte raad. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte in een gemoedsopwelling terugschoot? 2. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op het doden van de ander. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op uos dat niet (voldoende) uit de bewijsmiddelen volgt in welke richting is geschoten, wat de schietafstand is en op welke hoogte is geschoten?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/01171.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 maart 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:1045
  2. Conclusie A-G · 18 april 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:407
  3. Hoge Raad · 13 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:879

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01156

Datum 13 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2022, nummer 20-000853-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.J. Zandt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2023.