Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit drugshandel (verkoop van cocaïne en heroïne) en hennepteelt. 1. Methode van…

Hoge Raad, 6 februari 2024

Zaakgegevens

Op 6 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
31 januari 2024
Zaaknummer
22/00402
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:146
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit drugshandel (verkoop van cocaïne en heroïne) en hennepteelt. 1. Methode van extrapolatie. Motivering schatting w.v.v. uit verkoop van harddrugs. Is door hof bij schatting w.v.v. gehanteerde steekproef van 5 afnemers representatief voor gehele populatie van 31 afnemers? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat onvoldoende aannemelijk is dat er eerder hennep is geoogst, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:9
  2. Conclusie A-G · 16 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:49
  3. Hoge Raad · 6 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:146

  4. Hoge Raad · 6 februari 2024

    ECLI:NL:HR:2024:174

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00402 P

Datum 6 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2022, nummer 21-007035-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, tot vermindering van het bedrag naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de betalingsverplichting van € 32.276,65 die aan de betrokkene is opgelegd.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 30.665 bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.