Strafrecht overig

Medeplegen mensenhandel door 17-jarig meisje te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie…

Zaakgegevens

Op 6 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
2 februari 2024
Zaaknummer
22/00401
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:174
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen mensenhandel door 17-jarig meisje te bewegen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie (273f.1.5 Sr). 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had van de door aangeefster verrichte prostitutiewerkzaamheden? 2. Bewijsklacht medeplegen.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00519, 23/00231 en 23/00246.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:9
  2. Conclusie A-G · 16 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:49
  3. Hoge Raad · 6 februari 2024

    ECLI:NL:HR:2024:146
  4. Hoge Raad · 6 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:174

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00401

Datum 6 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2022, nummer 21-007036-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.B. Lisi, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.