Strafrecht overig

Passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd (art. 363.1.1 Sr) en schending van ambtsgeheim, meermalen…

Hoge Raad, 22 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/00931
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1463
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd (art. 363.1.1 Sr) en schending van ambtsgeheim, meermalen gepleegd (art. 272.1 Sr) door als politieagent het politiesysteem te bevragen en gegevens te verstrekken aan anderen. Redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof uitgaan van 2-jaarstermijn i.p.v. 16-maandentermijn, nu verdachte in e.a. anderhalve maand in voorlopige hechtenis heeft gezeten?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04618 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:715
  2. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:772
  3. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1463

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00931

Datum 22 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 maart 2023, nummer 20-003605-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.