Strafrecht overig

Doodslag op zijn 3 maanden oude dochtertje door zodanig geweld op haar hoofd en/of lichaam uit te oefenen dat…

Hoge Raad, 22 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
18 oktober 2024
Zaaknummer
23/01403
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1510
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag op zijn 3 maanden oude dochtertje door zodanig geweld op haar hoofd en/of lichaam uit te oefenen dat er forse krachten hebben plaatsgehad op hersenen waardoor zij is overleden, art. 287 Sr. Bewijsklacht opzet op dood van baby.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 20 januari 2022

    ECLI:NL:RBNHO:2022:312
  2. Gerechtshof Amsterdam · 11 april 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:875

    Overig

  3. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:773
  4. Hoge Raad · 22 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1510

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01403

Datum 22 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 april 2023, nummer 23-000235-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.