Strafrecht overig

Dood door schuld in de uitoefening van beroep na verdrinking 11-jarige jongen tijdens zwemles in 2020 in…

Hoge Raad, 17 december 2024

Zaakgegevens

Op 17 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2024
Datum publicatie
31 oktober 2024
Zaaknummer
23/04369
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1568
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dood door schuld in de uitoefening van beroep na verdrinking 11-jarige jongen tijdens zwemles in 2020 in Lemmer, art. 307.1 jo. 309 Sr. 1. Bewijsklacht (aanmerkelijke) schuld. Heeft hof verzuimd in aanmerking te nemen dat gedeelde zorgplicht bestond tussen verdachte en haar collega? 2. Bewijsklacht causaliteit tussen schenden zorgplicht en dood slachtoffer.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 november 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:9474
  2. Conclusie A-G · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1065
  3. Hoge Raad · 17 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1568

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04369

Datum 17 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2023, nummer 21-005122-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.