Strafrecht overig
Jeugdzaak. Seksueel binnendringen bij vrouw die door overmatig drankgebruik in staat van verminderd…
Hoge Raad, 19 november 2024
ECLI:NL:HR:2024:1672 · Hoge Raad · 19 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1672
Zaakgegevens
Op 19 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2024
- Datum publicatie
- 15 november 2024
- Zaaknummer
- 22/03261
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1672
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdzaak. Seksueel binnendringen bij vrouw die door overmatig drankgebruik in staat van verminderd bewustzijn verkeert in haar woning, art. 243 (oud) Sr. 1. Kon hof overwegen dat verdachte (en niet slachtoffer) het initiatief heeft genomen tot seksueel contact? 2. Kon hof overwegen dat maken van avances van zijde van slachtoffer niet zonder meer afdoet aan strafwaardigheid van feit?
HR: art. 81.1 RO. Aanvullende CAG: Na het nemen van CAG (strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van cassatieberoep op de grond dat schriftuur te laat is ingediend) is uit controle gebleken dat vanwege administratief verzuim door raadsman ingediende schriftuur wel als tijdig ingekomen moet worden aangemerkt.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 1 september 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:2627Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1257Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1104Hoge Raad · 19 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1672
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03261 J
Datum 19 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 september 2022, nummer 23-000165-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.G. Kersting, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft bij conclusie van 2 juli 2024 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft bij aanvullende conclusie van 22 oktober 2024 geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 uren jeugddetentie.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende jeugddetentie;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende jeugddetentie in die zin dat de taakstraf 180 uren beloopt, subsidiair 90 dagen jeugddetentie;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.