Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2024

Zaakgegevens

Op 2 juli 2024 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
20 november 2024
Zaaknummer
22/03261
ECLI
ECLI:NL:PHR:2024:1257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 1 september 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:2627
  2. Conclusie A-G · 2 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2024:1257

  3. Conclusie A-G · 22 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1104
  4. Hoge Raad · 19 november 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1672

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/03261 J

Zitting 2 juli 2024

CONCLUSIE

P.M. Frielink

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

hierna: de verdachte

1 Het cassatieberoep

1.1

De verdachte is bij arrest van 1 september 2022 door het gerechtshof Amsterdam voor een viertal gevoegde zaken veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen jeugddetentie, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. De bewezenverklaarde feiten leveren op in zaak A onder 1. "met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam”, en onder 2. “diefstal”, in zaak B “schuldheling” en in de zaken C en D “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd",

1.2

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. H.G. Kersting, advocaat te Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

2 De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1

De aanzegging ingevolge artikel 435 lid 1 Sv is op 28 maart 2023 betekend. Artikel 437 lid 2 Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. In de onderhavige zaak is die schriftuur eerst binnengekomen op 30 juni 2023. Dat is niet binnen twee maanden, maar bijna drie maanden na betekening van de aanzegging.

2.2

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G