Strafrecht overig

Bedreiging met zware mishandeling van politieagenten (art. 285.1 Sr). Bewijsklacht. Kon bij politieagenten…

Zaakgegevens

Op 27 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 februari 2024
Datum publicatie
9 februari 2024
Zaaknummer
21/04990
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:229
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bedreiging met zware mishandeling van politieagenten (art. 285.1 Sr). Bewijsklacht. Kon bij politieagenten door uitlatingen van verdachte over besmetting met coronavirus in redelijkheid de vrees ontstaan dat zij zwaar lichamelijk letsel zouden oplopen?

HR: art. 81.1 RO. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Vervolg op HR:2023:1771 (tussenarrest HR).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 november 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:4247
  2. Conclusie A-G · 7 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:945
  3. Hoge Raad · 19 december 2023

    ECLI:NL:HR:2023:1771
  4. Hoge Raad · 27 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:229

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04990

Datum 27 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 november 2021, nummer 23-001137-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Verdere procesverloop in cassatie

De Hoge Raad heeft bij arrest van 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1771, het eerste cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de bestreden uitspraak in elk geval niet in stand kan blijven wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de beslissing over de strafoplegging. Bij dat arrest is de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het tweede cassatiemiddel dat betrekking heeft op het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadslieden van de verdachte, J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.