Strafrecht overig

Ontucht met zijn 13-jarige/15-jarige dochter door 39-jarige/41-jarige verdachte, art. 245 en 248.2 Sr. 1…

Zaakgegevens

Op 5 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2024
Datum publicatie
1 maart 2024
Zaaknummer
22/00833
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:305
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontucht met zijn 13-jarige/15-jarige dochter door 39-jarige/41-jarige verdachte, art. 245 en 248.2 Sr. 1. Bewijsklachten. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid verklaringen van aangeefster, art. 359.2 Sv. 2. Kwalificatieklacht en strafmotivering (gevangenisstraf van 40 maanden). Heeft hof bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als “terwijl schuldige het feit begaat tegen zijn kind”, nu bewezenverklaarde ziet op periode van 1-6-2001 tot en met 31-7-2003 en aan art. 248.2 Sr ontleende strafverzwarende omstandigheid pas op 1-1-2010 is gaan gelden?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 9 maart 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:699
  2. Conclusie A-G · 16 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:58
  3. Hoge Raad · 5 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:305

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00833

Datum 5 maart 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 maart 2022, nummer 23-000478-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat in Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2024.