Strafrecht overig

Deelneming aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met hennepteelt (art. 11a.1 (oud)…

Zaakgegevens

Op 19 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 maart 2024
Datum publicatie
14 maart 2024
Zaaknummer
22/02835
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:406
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Deelneming aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met hennepteelt (art. 11a.1 (oud) Opiumwet), medeplegen verkopen van grote hoeveelheden hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B jo. 11.3 en 11.5 Opiumwet) en voorhanden hebben van spuitbusje met CS-gas en 2 stroomstootwapens (art. 26.1 WWM). Strafmotivering (gevangenisstraf van 22 maanden).

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02855, 22/02856, 22/02949 en 22/02950 en met 22/02806, 22/02827 en 22/02838 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1116
  2. Hoge Raad · 19 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:406

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02835

Datum 19 maart 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2022, nummer 21-006818-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2024.