Strafrecht overig

Caribische zaak. Schietpartij in Curaçao. Moord door in 2021 op de openbare weg, te midden van meerdere…

Hoge Raad, 26 maart 2024

Zaakgegevens

Op 26 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 maart 2024
Datum publicatie
20 maart 2024
Zaaknummer
23/00615
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:459
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Schietpartij in Curaçao. Moord door in 2021 op de openbare weg, te midden van meerdere personen, een ander van dichtbij richting het hoofd te schieten en nog vijfmaal gericht op diens hoofd en in zijn bovenrug te schieten, terwijl slachtoffer al weerloos op de grond lag (art. 2:262 SrC). Bewijsklachten m.b.t. voorbedachte raad.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:92
  2. Hoge Raad · 26 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:459

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00615 C

Datum 26 maart 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 2 februari 2023, nummer H 188/2021, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2024.