Strafrecht overig

Medeplegen poging tot doodslag door ander, die op de grond ligt, meermalen met kracht tegen zijn hoofd te…

Zaakgegevens

Op 16 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
15 april 2024
Zaaknummer
22/00038
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:603
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging tot doodslag door ander, die op de grond ligt, meermalen met kracht tegen zijn hoofd te schoppen en tegen zijn lichaam te slaan (art. 45 jo. 287 Sr). Bewijsklacht opzet op dood. Levert het meermaals met kracht schoppen tegen hoofd van iemand die op de grond ligt naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op dood op?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:243
  2. Hoge Raad · 16 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:603

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00038

Datum 16 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 december 2021, nummer 23-000098-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.