Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekening onder klaagster (rechtspersoon) met het oog op een aan…
ECLI:NL:HR:2024:939 · Hoge Raad · 25 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-939
Zaakgegevens
Op 25 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/03345
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:939
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op bankrekening onder klaagster (rechtspersoon) met het oog op een aan medebestuurder van klaagster op te leggen ontnemingsmaatregel en/of geldboete t.z.v. verdenking van witwassen. Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. 1. Beroep op onschuldpresumptie a.b.i. art. 6.2 EVRM. 2. Rechtsgeldigheid titel om beslag te executeren. 3. Heeft Rb de maatstaf van art. 94a.4 Sv toegepast? 4. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Kon Rb oordelen dat anderbeslag t.l.v. klaagster niet strijdig is met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:353Hoge Raad · 25 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:939
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03345 B
Datum 25 juni 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2023, nummer RK 23/010493, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft A.A. Kan, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2024.