Strafrecht overig

Voorhanden hebben van vuurwapen, aangetroffen in auto van verdachte (art. 26.1 WWM). Verweer strekkende tot…

Hoge Raad, 28 januari 2025

Zaakgegevens

Op 28 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 januari 2025
Datum publicatie
24 januari 2025
Zaaknummer
23/00427
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:129
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van vuurwapen, aangetroffen in auto van verdachte (art. 26.1 WWM). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. vormverzuimen bij doorzoeking van auto, art. 359a Sv.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 30 januari 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:124
  2. Conclusie A-G · 19 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1227
  3. Hoge Raad · 28 januari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:129

    Overig

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00427

Datum 28 januari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2023, nummer 22-002712-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.