Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van rijden met ongeldig verklaard…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1562 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1562
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 14 oktober 2025
- Zaaknummer
- 24/03210
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1562
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto onder klager t.z.v. verdenking van rijden met ongeldig verklaard rijbewijs. 1. Heeft behandeling in raadkamer in openbaar plaatsgevonden? 2. Proportionaliteit en subsidiariteit van voortzetting van beslag. Had Rb in het licht van stelling dat inbeslaggenomen auto de woning van klaagster betrof blijk moeten geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 september 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1021Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1562
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03210 B
Datum 9 december 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 22 juli 2024, nummer RK 24/012613, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.