Strafrecht overig
Zware mishandeling met voorbedachte raad, meermalen gepleegd (art. 303.1 Sr) door hete olie over 2…
Hoge Raad, 9 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1830 · Hoge Raad · 9 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1830
Zaakgegevens
Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2025
- Datum publicatie
- 3 december 2025
- Zaaknummer
- 24/03193
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1830
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zware mishandeling met voorbedachte raad, meermalen gepleegd (art. 303.1 Sr) door hete olie over 2 medewerkers van asielzoekerscentrum te gooien. 1. Bewijsklachten “met voorbedachte raad”. Kon hof oordelen dat verdachte met voorbedachte raad zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren). Kon hof gelet op strafmaatverweer m.b.t. vreemdelingenrechtelijke status van verdachte en VI-regeling tot zwaardere straf komen dan Rb heeft opgelegd en AG bij hof heeft gevorderd (gevangenisstraf van 12 jaren)? 3. Vordering benadeelde partijen t.z.v. immateriële schade, art. 6:106.b BW.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 10 juli 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:3999Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 augustus 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:2496(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1188Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1830
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03193
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 augustus 2024, nummer 20-002064-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.T.C. Dölle bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens [benadeelde] heeft de advocaat A.F.G. Pennino een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.