3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023313147, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 90).
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 20 januari 2026, voor zover inhoudende:
U vraagt mij hoe het op 1 oktober 2023 is gegaan. Wij waren in de keuken. Hij duwde mij. Ik zag de waterkoker op het kookeiland staan en ik zei tegen hem dat ik die naar hem zou gaan gooien en dat hij mij moest laten gaan. Hij kwam vervolgens op mij af en toen heb ik de waterkoker gepakt en naar hem gegooid.
Het was een normale koker van de Action, van plastic.
2. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [naam] , opgemaakt op 8 oktober 2023, voor zover inhoudende (p. 28-34):
Ik doe aangifte tegen [verdachte] . Het begon op 1 oktober 2023. Ze zei tegen mij dat als ik haar nog één keer zou duwen of zou aanraken dat ze dan de waterkoker naar me toe zou gooien. [verdachte] pakte de waterkoker en gooide het water wat in de waterkoker zat in mijn richting. Ik voelde direct dat het heel heet water was. Het brandde direct. Het water had mij aan de linkerkant van mijn lichaam geraakt. Ik zag dat er ook een grote plas water op de vloer lag.
3. Het deskundigenverslag, op 30 januari 2024 opgemaakt en ondertekend door A.M. de Booij - Fuite, Forensisch arts KNMG, voor zover inhoudende (p. 79-80):
Uit de ontvangen informatie valt op te maken dat betrokkene zich op 05-10-2023, 4 dagen na het incident op 01-10-2023, op doorverwijzing van de huisarts meldde bij de Spoedeisende Hulp (SEH) van het HAGA ziekenhuis. Vervolgens kwam betrokkene opnieuw ter controle langs op 08-10-2023, 7 dagen na het incident.
In het HAGA werden (diepe) tweedegraads brandwonden gezien:
a. Op de linker flank net onder de oksel en doorlopend tot aan de binnenzijde van de linker bovenarm waarbij de oksel zelf vrij is gebleven. Vermeld wordt dat de brandwonden op deze plaats (binnenzijde bovenarm) wat dieper leken dan elders.
b. Op de linker flank beginnend bij de onder a. beschreven brandwond en doorlopend en verbredend naar onder toe tot net boven de onderbroekband.
c. Op het linker bovenbeen ter grootte van circa 3 cm doorsnede.
Het totaal verbrande lichaamsoppervlak werd geschat op 5%.
Het HAGA ziekenhuis doet geen uitspraken over de (termijn van) genezing. In algemene zin is moeilijk te voorspellen of de huid op de plaatsen van de brandwonden geheel zal genezen zonder littekenvorming. De termijn voor het sluiten van de huid zal tenminste 2 weken zijn. Daarna kan de huid nog een tijd roder ogen dan eerder en kunnen ook pigmentverschillen (blijven) bestaan met de omliggende niet aangedane huid. Tenslotte kan ook littekenvorming optreden.
3.4.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft bekend dat zij op 1 oktober 2023 tijdens een ruzie een waterkoker naar haar toenmalige echtgenoot, het slachtoffer [naam] , heeft gegooid. Zij heeft ook verklaard dat zij niet wist dat er heet water in deze waterkoker zat. De verdediging heeft bepleit dat er geen sprake was van opzet, nu de verdachte niet de intentie had om het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Daarnaast heeft de verdediging bepleit dat het letsel van het slachtoffer niet aan te merken valt als zwaar lichamelijk letsel, nu onduidelijk is of het letsel volledig zal genezen zonder littekenvorming of blijvende pigmentverschillen. Verder heeft het slachtoffer pas vier dagen na het incident medische hulp gezocht, waardoor de verdediging van mening is dat het letsel mogelijk beperkter was gebleven indien hij deze hulp wel al gelijk had gezocht.
De rechtbank moet allereerst de vraag beantwoorden of sprake is van opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en zo ja, of het letsel kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
Opzet
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. De verdachte heeft tijdens een ruzie tussen haar en [naam] in de keuken van haar woning het dreigement gemaakt dat zij een waterkoker naar hem zou gooien.
Het gooien van een plastic waterkoker kan de verdachte volgens de rechtbank alleen dan als dreigend bedoeld hebben, als zij ook wist dat er in deze waterkoker heet water zat. Anders valt van het gooien van een dergelijke waterkoker in de gegeven situatie geen gevaar, zoals de verdachte zegt, ter afschrikking te duchten.
Gelet op de aard van het materiaal van de waterkoker, plastic, moet de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook voorafgaand aan het gooien van de waterkoker gevoeld hebben dat deze warm was en dus hebben geweten dat er heet water in zat.
De rechtbank acht niet geloofwaardig dat sprake is geweest van een impulsieve actie (een reflex, of schrikreactie) van de verdachte die gemaakt heeft dat zij de waterkoker gooide. De verdachte heeft blijkens haar verklaring immers eerst gedreigd met de waterkoker te gooien, zonder dit direct daadwerkelijk te doen. De verdachte heeft kennelijk nagedacht over het gooien van deze waterkoker met heet water en is daartoe pas op een later moment overgegaan.
Weliswaar kan sprake zijn geweest van een kort tijdsbestek tussen het dreigement en het gooien, dit laat onverlet dat de verdachte doordacht, in de zin van willens en wetens, de waterkoker met heet water heeft gegooid om [naam] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Zij heeft het niet bij een dreigement gehouden, maar heeft na haar dreigement, in de wetenschap dat er heet water in de waterkoker zat, in de beperkte ruimte die de keuken bood, waarmee zij wist dat zij [naam] zou (kunnen) raken, die waterkoker in de richting van [naam] gegooid.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist wat het gevolg van haar handelen zou zijn en dat gevolg ook wilde bereiken, namelijk dat zij [naam] met het gooien van die waterkoker met heet water zwaar lichamelijk letsel (zoals hierna verder beschreven) zou kunnen toebrengen. Naar algemene ervaringsregels kan dit gevolg al door een geringe hoeveelheid heet water worden toegebracht (zoals door een kop met hete thee), derhalve in ieder geval door een met heet water gevulde waterkoker.
De verdachte had dus vol opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [naam] .
Zwaar lichamelijk letsel
Vervolgens is de vraag of het letsel van [naam] kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 Sr van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt begrepen, voor zover van belang: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden. Ook buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Bij de beantwoording van de vraag of bepaald letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, zijn ook de volgende algemene gezichtspunten van belang: de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel.
De rechtbank stelt aan de hand van de gebruikte bewijsmiddelen vast dat door het handelen van de verdachte aan het slachtoffer letsel is toegebracht, te weten (diepe) tweedegraads brandwonden met een totaal verbrand lichaamsoppervlak van naar schatting 5 procent. Dit letsel is van dien aard dat medisch ingrijpen noodzakelijk is gebleken, terwijl thans nog geen uitzicht is op (volledig) herstel. Volgens deskundigen van het Haga ziekenhuis is het in algemene zin lastig te voorspellen of de huid waar de brandwonden zich bevinden volledig zullen genezen zonder littekenvorming of blijvende pigmentverschillen.
De rechtbank is van oordeel dat het beschreven letsel dat het slachtoffer heeft naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt en dat dit, ook gelet op de algemene gezichtspunten, kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 Sr. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Conclusie
De rechtbank komt tot de conclusie dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.