Strafrecht overig

Witwassen coronasteun, art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklachten “omzetten”. Kan overboeken van geldbedrag van…

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
23/02647
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:219
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Witwassen coronasteun, art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklachten “omzetten”. Kan overboeken van geldbedrag van zakelijke rekening van verdachte naar zijn privérekening en het vervolgens contant opnemen (waarbij uiteindelijke bestemming feitelijk niet traceerbaar is), worden aangemerkt als omzetten a.b.i. art. 420bis.1.b Sr?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1330
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:219

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02647

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2023, nummer 21-001133-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.