Strafrecht overig

Medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t…

Hoge Raad, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
14 februari 2025
Zaaknummer
23/04388
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:272
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. cocaïnetransport (art. 10a.1 Opiumwet), medeplegen bewerken en verwerken van cocaïne (art. 2.B Opiumwet), medeplegen witwassen van geldbedrag en woning (420bis.1.b Sr), medeplegen verhandelen, overdragen en voorhanden hebben van (onderdelen van) (automatische) vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr jo. 11b Opiumwet). 1. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van 2 getuigen? 2. Schending van doorlaatverbod (art. 126 ff.1 Sv). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, bewijsuitsluiting en/of strafvermindering i.v.m. vormverzuimen, art. 359a Sv. 3. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op verweer dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan medeplegen invoer van 315,7 kg cocaïne?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04374, 23/04383, 23/04391, 23/04413, 23/04429, 23/04433, 23/04440, 23/04462, 23/04477, 23/04495 en 23/04526.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 januari 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:9
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:272

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04388

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2023, nummer 20-002223-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.