Strafrecht overig

Medeplegen van grootschalige hennepteelt in ondergrondse ruimte in schuur (art. 3.B Opiumwet) en voorhanden…

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
14 februari 2025
Zaaknummer
22/03399
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:281
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen van grootschalige hennepteelt in ondergrondse ruimte in schuur (art. 3.B Opiumwet) en voorhanden hebben van ploertendoder (art. 13.1 WWM).

1. Bewijsklacht medeplegen hennepteelt.

2. Volstaan met opgave van bewijsmiddelen t.a.v. voorhanden hennep van ploeterdoder, art. 359.3 Sv.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/03413.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 september 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:7887
  2. Conclusie A-G · 10 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1299
  3. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:281

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03399

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2022, nummer 21-001953-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat de duur van de opgelegde gevangenisstraf betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze acht maanden en drie weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.