Strafrecht overig

Opruiing door tijdens “lock down” bericht op telegram te plaatsen dat anderen aanzet tot plegen van geweld…

Zaakgegevens

Op 11 maart 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2025
Datum publicatie
20 februari 2025
Zaaknummer
23/04570
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:312
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Opruiing door tijdens “lock down” bericht op telegram te plaatsen dat anderen aanzet tot plegen van geweld tegen minister president, art. 131.1 Sr. Bewijsklacht “in het openbaar”. Kan het plaatsen van bericht in besloten telegramgroep worden aangemerkt als het doen van uitlatingen “in het openbaar”?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 november 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2207
  2. Conclusie A-G · 17 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1376
  3. Hoge Raad · 11 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:312

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04570

Datum 11 maart 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 november 2023, nummer 22-002066-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.